LEERSTIJLENTEST
Invultijd: 5 minuten/ Hulpmiddelen: geen
 med.JPG)
Bij de onderstaande vragen zijn er telkens 4 antwoorden gegeven; geef het antwoord dat jouw voorkeur het dichts benadert 4 punten, de tweede voorkeur 3 punten, etc. Het antwoord dat het minst uw voorkeur krijgt scoort 1 punt.
Er zijn geen goede of foute antwoorden, het gaat om uw voorkeur: denk niet te lang na, uw eerste ingeving/gevoel geeft het duidelijkste resultaat. U dient alle velden in te vullen om de test te kunnen versturen en binnen enkele dagen ontvang u de uitwerking van uw leerstijl (deelnemers van trainingstrajecten ontvangen een link naar een persoonlijke pagina).
DELPHIconcept gebruikt de uitkomsten om de training optimaal op de deelnemers af te stemmen en aan te laten sluiten bij de juiste didactische insteek.
|
LEERSTIJLEN: algemene gegevens
Neem u niet deel aan een training vul dan "test" in bij inlogcode en training.
* Verplichte velden.
|
| Inlogcode * |
(ontvangen per email) |
| Voornaam * |
|
| Achternaam * |
|
| Geboortedatum * |
(dd-mm-jjjj) |
| Organisatie * |
|
| Afdeling * |
|
| Training * |
|
| Email * |
|
| De test |
Vraag 1 |
U gaat voor het eerst leren zeilen. Wat doet u? |
A |
|
Ik stap direct in de boot en probeer hoe je moet zeilen. |
B |
|
Ik blijf eerst op de kant staan en kijk hoe een ander het doet. |
C |
|
Ik kijk eerst in een boek hoe je moet zeilen. |
D |
|
Ik vraag iemand om het mij voor te doen en doe het na. |
Vraag 2 |
U krijgt een nieuwe computer. U wilt hem meteen gebruiken. Wat doet u? |
A |
|
Ik denk er eerst over na wat je er allemaal mee zou kunnen doen. |
B |
|
Ik vraag eerst precies na wat er allemaal op zit en wat ik ermee kan doen. |
C |
|
Ik lees eerst de gebruiksaanwijzing goed door. |
D |
|
Ik probeer direct alles uit. |
Vraag 3 |
U moet een informatiefolder maken over de nieuwe belastingwetgeving. Wat doet u? |
A |
|
Ik denk er eerst over na wat de bedoeling is en hoe je het aan moet pakken. |
B |
|
Ik lees eerst de opdracht helemaal door en bekijk de informatie eerst goed. |
C |
|
Ik kijk eerst waar ik de folder voor kan gebruiken. |
D |
|
Ik begin meteen te werken. |
Vraag 4 |
U hoort een spannend verhaal. U moet het straks navertellen. Wat doet u? |
A |
|
Ik doe net of het verhaal nu gebeurt en dat ik er bij ben. |
B |
|
Ik vind wat ik hoor geweldig en wil het meteen zelf ook doen. |
C |
|
Ik wil eerst weten of het verhaal wel klopt. |
D |
|
Ik vertel het verhaal gewoon na. |
Vraag 5 |
U gaat op vakantie. U kunt kiezen uit twee landen. Wat doet u? |
A |
|
Ik probeer mij voor te stellen wat je allemaal in die landen kunt doen. Ik vind het moeilijk om te kiezen. |
B |
|
Ik denk er niet zolang over na. Je moet er gewoon het beste van maken. |
C |
|
Ik probeer zoveel mogelijk over die landen te weten te komen. Daarna kies ik een land. |
D |
|
Ik kijk waar ik het meeste aan heb. Ik kan snel kiezen. |
Vraag 6 |
U mag een nieuwe digitale camera uitzoeken. Wat doet u? |
A |
|
Ik denk na wat ik allemaal met die camera zou kunnen doen en hoeveel plezier ik ervan zal hebben. |
B |
|
Ik wil precies weten wat er allemaal op die camera zit, wat de beste is en hoe duur hij is. |
C |
|
Ik wil direct proberen hoe hij werkt. |
D |
|
Ik kijk welke camera het beste voor mij geschikt is. |
Vraag 7 |
U krijgt een test over een werkbeschrijving/proces. Wat doet u? |
A |
|
Ik leer alleen wat ik voor de test moet weten. |
B |
|
Ik probeer het proces te begrijpen. |
C |
|
Ik schrijf de belangrijkste dingen even op. |
D |
|
Ik leer, omdat het nou eenmaal moet. |
Vraag 8 |
U kan een tijdelijke baan krijgen. Wat doet u? |
A |
|
Ik probeer mij voor te stellen hoe het voor mij zal zijn om dat werk te doen. |
B |
|
Ik wil eerst precies weten hoe hard ik moet werken en hoeveel ik verdien. |
C |
|
Ik wil precies weten wat iemand in dat bedrijf moet doen en hoe het bedrijf werkt. |
D |
|
Ik ga werken en merk vanzelf wel of het mij bevalt. |
Vraag 9 |
U mag zelf kiezen hoe je les krijgt. Wat doet u? |
A |
|
Ik wil graag dat de leraar/trainer verhalen vertelt. |
B |
|
Ik wil graag werkstukken maken. |
C |
|
Ik wil graag duidelijke opdrachten hebben. |
D |
|
Ik wil graag weten waar de opdrachten voor nodig zijn. |
U bent klaar met invullen van de test. Heeft u per vraag de score 1, 2, 3 en 4 verdeeld?
U bent klaar om het formulier te versturen.
(u maakt het formulier leeg)
|